De sector techniek heeft het zwaar. Het aantal aanmeldingen bij technische opleidingen stagneert. Bedrijven zitten verlegen om medewerkers. Tijd om techniek een impuls te geven, zo dachten ze in Eindhoven. De School voor Techniek (ROC Eindhoven), De Ontdekfabriek, de gemeente Eindhoven en enkele bedrijven sloegen de handen ineen. Het resultaat: een verlaten fabriekshal op Strijp-S die in no time omgetoverd werd tot dé plek waar techniek leeft. In gesprek met Igino van Haandel van De Ontdekfabriek en Geert Croes, Ad Willems, Martien van de Ven en Rob Vaessen van ROC Eindhoven.
Eindhoven staat bekend als techniekstad. Ad Willems: ‘Maar dat te blijven gaat niet vanzelf.’ Zaak dus om kinderen te laten kennismaken met de wereld van de techniek. Want techniek van tegenwoordig is onzichtbaar. Martien van de Ven: ‘Zag je vroeger bij de bakker en de smid wat hun beroep inhield, tegenwoordig zit de techniek weggestopt achter hoge hekwerken in grote gebouwen.’ Igino van Haandel: ‘De techniek waar kinderen mee in aanraking komen – hun telefoontje, hun computer – zit verstopt. Daar krijg je als klein kind helemaal niets van mee.’ En dat is volgens de vijf precies de reden dat scholieren niet in groten getale kiezen voor een technische opleiding. Tijd om daar verandering in te brengen.
Een jaar of zeven geleden startten Hugo Vrijdag en Chris Voets met (de voorloper van) De Ontdekfabriek. Sindsdien schrijft het tweetal avonturen die voorgelezen worden in de klas en die alle een technische component herbergen. Ontdekfabrieker Igino: ‘In die avonturen komen objecten voor die iets geks kunnen en het verhaal leven geven. Die objecten hebben technische principes als grondgedachte. Wanneer de kinderen dan hier komen, zien zij hun fantasie tot leven gebracht. Het vertelde verhaal is verfilmd en de kinderen zien de attributen hier ook in De Ontdekfabriek staan: de techniek is zichtbaar.’
De rol van de Netwerkschool
De technische attributen worden voor een groot deel gemaakt door studenten van de Netwerkschool Eindhoven. Vanaf dit schooljaar lopen er enkele dagen per week zo’n tien studenten in De Ontdekfabriek rond. Willems: ‘Nu zijn dat studenten mechatronica en industriële automatisering. Maar van welke opleidingen die studenten afkomstig zijn, hangt af van de vraag die De Ontdekfabriek heeft.’
Omdat er doordeweeks ook groepen op afspraak langs komen, kan het gebeuren dat de jongens tijdens hun werk worden gadegeslagen door geïnteresseerde bezoekertjes. Geert Croes: ‘En dat moet ook! Er moet contact ontstaan tussen onze studenten en de bezoekers. Wanneer de studenten op de computer aan het tekenen zijn, moet dat op de wand geprojecteerd worden.’ Ad Willems: ‘Op het moment dat basisschoolleerlingen onze studenten in de weer zien met het bouwen van een robot, wakkert dat wat bij hen aan. De Ontdekfabriek laat zien dat techniek leeft! Het grote verschil met Science Center Nemo is dat hier ook dingen staan die niet af zijn. In Amsterdam ziet alles er gelikt uit, bij ons is alles puur. En dat geeft dynamiek.’
De Netwerkschool Eindhoven is niet de enige onderwijsinstelling die verbonden is aan De Ontdekfabriek. Zo is ook Fontys betrokken. Het komt voor dat de Netwerkschool gezamenlijk met hbo’ers een ontwerp en de berekeningen maakt, waarna de Netwerkschoolstudenten er voor zorgen dat het ontwerp gerealiseerd wordt. Stage lopen bij De Ontdekfabriek is anders dan bij een bedrijf waar het om de ‘knikkers’ gaat. Willemse: ‘Jongens moeten kennis maken met verschillende werelden en een goed beeld van de beroepspraktijk krijgen. Ze moeten ook bij bedrijven terecht komen waar het maken van winst centraal staat.’ Vaessen: ‘De opdrachten zijn bij De Ontdekfabriek net zo realistisch als in de praktijk, maar de dynamiek is hier anders dan bij een hard bedrijf.’
Nauwe samenwerking met het bedrijfsleven
Ad Willemse: ‘Het bedrijfsleven staat open voor samenwerking. Wij moeten leren daar gebruik van te maken. We zijn nu nog te erg intern gericht.’ Geert Croes is het met zijn collega eens: ‘Op het moment dat je nauwer gaat samenwerken met het bedrijfsleven, is er een andere druk. Er moet resultaat komen, bijvoorbeeld een wagen die in een Ontdekfabriekfilm figureert. Het vrijblijvende is er af. Dat botst met onze instelling dat we het leerproces altijd het belangrijkste vinden. We moeten dus beter inschatten of we een opdracht aankunnen. Dat is een nieuwe dynamiek.’
Sponsoring is een andere manier waarop de Netwerkschool verbinding zoekt met bedrijven. Vaessen: ‘Als je een goed verhaal hebt, dragen bedrijven graag bij. Zo is er vorig jaar door onze studenten een rolstoelschommel voor een zorginstelling gebouwd; de frequentieschakelaar werd gesponsord.’ Geert Croes: ‘Maar we willen ook graag dat bedrijven meedenken over ons curriculum. Wat moeten onze studenten kunnen en kennen? Dat verlangt van ons dat we open staan en naar buiten gaan. En dat moeten we leren.’