Vrijdag 11 november 2011: dag van de Netwerkschool Inspiratiedag. Na het verhaal van Jan van Halst richten de 100 Netwerkschoolbetrokkenen hun aandacht op Jaap Peters en Harold Jansen. Hoe werkt verandering eigenlijk? En wat kan de Netwerkschool nu eigenlijk leren van de woorden van Van Halst?
Het antwoord op die laatste vraag wordt door het publiek gegeven. ‘Van Halst liet zien dat er een wereld is buiten die van jezelf.’ Een ander: ‘Toen hij op zijn donder kreeg, vond hij de kracht om vanuit de negatieve sfeer de positieve kracht te vinden.’ De laatste: ‘Je mag nooit tevreden zijn: “Als je denkt dat je er bent, is het einde nabij.”’
Gras groeit vanzelf
Het antwoord op de vraag hoe je veranderingen tot stand kunt brengen wordt verteld door Jaap Peters, bestsellerauteur van het boek ‘De intensieve menshouderij’ en zijn compagnon Harold Janssen. Het kernwoord van hun betoog: verbinding. Peters begint zijn presentatie door een plaatje van de Amsterdam Arena te laten zien; op het veld staan lampen die moeten suggereren dat de zon schijnt zodat het gras kan groeien. Peters: ‘Gras groeit vanzelf. Maar je kunt er een organisatie omheen bouwen dat dat niet meer lukt. Er moet altijd verbinding zijn.’
Harold Janssen voegt toe: ‘Veranderen is iets doen wat je vanochtend bij het wakker worden nog gek vond.’ Zo werd Peters een week of zes geleden door zijn moeder van 83 op Facebook toegevoegd. ‘Ik schrok me kapot. Ik was bang dat ze eenzaam was.’ Dat bleek niet zo te zijn: ze wilde ‘bij’ blijven. Met tegenzin. ‘Ze heeft nu 7 vrienden. Door de week heb ik nu online contact met mijn moeder en op zondag gaat het gesprek offline door.’
Wat zijn moeder doet, noemt Peters ‘meestribbelen’: ergens geen zin in hebben maar het toch doen. ‘En dat vinden wij West-Europeanen lastig; we doen pas iets wanneer we inzien dat het nut heeft.’ Meestribbelen is volgens hem een van de kernwaarden van de Netwerkschool. ‘We zien nu misschien nog niet van alles welk nut het heeft, maar het moet wel.’
De tussentijd
We leven in de tussentijd, denkt Jaap Peters. ‘Het verleden en de toekomst zijn met elkaar verbonden; iedereen heeft een mobieltje, maar ook de vaste telefoon staat nog thuis. Jouw visie bepaalt of je naar het verleden kijkt of naar de toekomst Het is jouw perceptie die maakt wat je met die nieuwe technologie doet. Alles wat begint heeft ook een eind. En wanneer dat gebeurt, begint uit zichzelf iets nieuws. Let wel: het duurt 12 jaar voordat een nieuw hulpmiddel helemaal opgenomen is.’
Op school leer je wat je in de vorige eeuw moest weten, stelt Peters tegendraads. En erger: dat gebeurt ook op de manier uit de vorige eeuw: ‘Ergens heb ik kennis en die proppen we in een hoofdje. Je gaat uit van dat wat er nog niet is. Je gaat niet uit van de talenten.’ De Netwerkschool moet volgens Peters gebruik maken van dat wat er wel is. ‘Wat is jouw kwaliteit? Wat is jouw talent? De studentenondernemingen zijn een stap in de goede richting. Oke, ze zijn begrensd, maar ze gaan uit van wat studenten kunnen en willen.’