ROC van Amsterdam brengt bezoek aan Netwerkschool Nijmegen

Van de Netwerkscholen wordt verwacht dat zij de Netwerkgedachte ‘opschalen’. Dat zij niet alleen andere opleidingen binnen hun ROC laten zien hoe je beter onderwijs tegen dezelfde kosten kunt aanbieden, maar ook opleidingen van andere ROC’s.

En dat is precies wat er op 20 juni bij de Netwerkschool Nijmegen gebeurde.

ROC van Amsterdam-medewerkers Jan Jongkind, opleidingsmanager Welzijn, en Ashti Schuit, onderwijsontwikkelaar en coördinator Maatschappelijke Zorg en BBL, brachten een bezoek aan de Netwerkschool in Boxmeer. Om de sfeer te proeven en te zien wat er allemaal gaande is. Maar vooral om kritische vragen te stellen aan programmamanager Hanneke van Bleek en docente Ineke Moonen.

De achterliggende reden? Jongkind vindt dat er iets moet gebeuren in het mbo. ‘In de BBL van onze opleidingen zie ik een dynamiek die me bevalt, maar in de BOL zie ik een rigide beheerssysteem. Studenten moeten verplicht aanwezig zijn, alles volgens het boekje doen. En dat gaat ten koste van de intrinsieke motivatie bij studenten. Ik wil meer leven in het mbo. En ja, dat is nogal een queeste.’

Jan Jongkind en Ashti Schuit vragen docente Ineke Moonen het hemd van het lijf

Jongkind en Schuit: ‘Wat houdt die ‘Netwerkschool’ nu eigenlijk in?’
Programmamanager Hanneke van Bleek: ‘We werken nauw samen met organisaties uit de regio, laten onze studenten meer in de praktijk leren en leveren maatwerk. Twee jaar geleden zijn we begonnen met 30 eerstejaars BOL’ers, afgelopen jaar kregen we er 45 studenten bij en voor volgend jaar hebben zich al 50 studenten aangemeld. Ons is verteld dat we als opleiding maximaal 200 studenten kunnen hebben om ze flexibel te kunnen blijven bedienen.’

Jongkind: ‘Hoe ziet een week op de Netwerkschool Nijmegen er uit?’
Van Bleek: ‘Onze studenten lopen tijdens hun studie vijf stages van een half jaar. Van elke stageplaats is in een leerplaatsprofiel beschreven wat hun werkzaamheden daar zijn, welke beroepsprestaties ze daar leren en welke lesmodules daarbij horen. Studenten volgen minimaal 40 weken per jaar 36 klokuren onderwijs per week, verdeeld over bpv en binnenschools onderwijs.’

‘Wanneer ze wat doen, mogen ze zelf weten; alleen de woensdag is een vaste lesdag. Dan komt iedereen op school. Alle studenten volgen dan 16 lessen van een half uur. Op de niet-lesdag dat onze studenten op school zijn doen ze aan zelfstudie; er loopt altijd een leercoach rond bij wie de studenten terecht kunnen. Alle benodigde informatie en opdrachten staan uiteraard in de elektronische leeromgeving.’

Schuit: ‘Wat vinden studenten van deze manier van werken?’
Van Bleek: ‘Studenten vinden het leuk dat ze serieus genomen worden. Dat zij de keuze hebben wanneer ze naar school komen. En dat de leercoaches samen met hen kijken wat de beste leerroute voor hen is. Voor de huidige tweedejaars was het wel erg wennen. Zij moesten wennen aan het feit dat zij meer dan in het begin werden losgelaten. Het aantal uitvallers valt ons wel wat tegen: 10 van de 83 studenten zijn gestopt of geswitcht. De waarschijnlijke reden: doordat de beroepspraktijk een centrale plaats heeft, zien ze sneller of het echt het beroep van hun keuze is. Wat verder opvalt is dat veel studenten nu al sneller door hun studie heen gaan en meer dan 40 weken per jaar met hun opleiding bezig zijn. En uit de praktijk krijgen we te horen dat studenten dingen sneller oppakken.’

Jongkind: ‘Hoe zit het met de roostering en verantwoording van aanwezigheid?’
‘Natuurlijk moeten ook wij verantwoorden dat onze studenten op school aanwezig zijn. De automatisering gaat echter niet in gelijke tred met onze ontwikkeling. Zo moeten we gebruik maken van een ROC-breed roostersysteem waarbij de vakanties al ingepland staan en geblokkeerd zijn. Terwijl het bij ons mogelijk is ook in de vakantie lessen te volgen. Andere moeilijkheid is dat bij ons geen enkel rooster hetzelfde is: elke student maakt zijn eigen keuzes. En dat is ook niet aan te geven in het bestaande programma. Daarom zijn we nu bezig met een nieuw roosterprogramma.’

‘Om te administreren of studenten er ook echt zijn, gaat nu een onderwijsassistent alle lokalen meerdere keren per dag af. Vervolgens voert ze haar notities in Trajectplanner in. Tijdrovend, maar het kan nu nog niet anders. Ons idee is nu om de studenten voorafgaand aan elke week hun individuele rooster voor die week in te laten vullen, waarna de presentieregistratie ook eenvoudig ingevoerd kan worden. Over de individuele roostering en individuele presentieregistratie zijn we overigens nog in gesprek met de Inspectie. We moeten van hen eerst bewijzen dat studenten die vrijheid wel aankunnen.’

Jongkind: ‘Jullie maken het curriculum samen met het werkveld. Hoe gaat dat in zijn werk? En hoe zorg je ervoor dat er niet alleen gepraat maar ook gewerkt wordt?’
Van Bleek: ‘We werken vooral nauw samen met twee grote regionale zorginstellingen: Pantein en Dichterbij. Het helpt enorm dat hun beide collegevoorzitters in onze stuurgroep zitten. Daarnaast zitten praktijkmensen uit die instellingen ook in onze onderwijsontwikkelgroepen. Daardoor zijn zij mede-eigenaar van ons lesprogramma.’

‘Ook hebben we een klankbordgroep waarin directeuren van die zorginstellingen en van andere ROC’s, projectleiders, lectoren, onderwijsadviseurs en managers zitten. Zij bekijken vier keer per jaar onze school kritisch en voorzien ons van adviezen. Daar sluiten dan altijd ook een docent en student bij aan, die tijdens die bijeenkomst bevraagd kunnen worden.’

Schuit: ‘Hoe zit het met de docenten? Hoe ervaren zij de nieuwe manier van werken?’
Van Bleek: ‘Onze docenten zijn de basis. Zelfs de aanvraag voor deelname van ons ROC aan het landelijke Netwerkproject is door docenten en OR getekend. Zij zien dat hun deelname ook extra knowhow biedt om verbeterd onderwijs te maken.’

Docente Ineke Moonen: ‘Ik geloof in de Netwerkschoolgedachte, die zowel de student als het werkveld een hoop gaat opleveren. Oké, het is hard werken, maar dat is inherent aan een project waarbij je iets nieuws begint. Gevaar is wel dat je kunt verdrinken in je enthousiasme; daar moeten we als team scherp op zijn.’

Jongkind: ‘Heb je nog andere tips voor ons?’
Van Bleek: ‘Betrek je studenten bij wat je doet. Zo organiseren wij eens in de 4 weken een Broodje Netwerk, waarbij studenten de kans hebben om met de teammanager aan tafel te zitten. Om samen te bespreken wat er goed gaat en nog niet goed gaat. Het mooiste is dat ze zien dat er iets gedaan wordt met wat ze zeggen.’
Moonen: ‘Mijn tip: laat docenten vooraf zien wat er allemaal mogelijk is, zodat ze in mogelijkheden en niet in beperkingen denken. Veranderingen werken pas als je mensen enthousiast krijgt, niet als je hen oplegt iets anders te doen. Ze moeten durven en willen veranderen.’

  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Delicious
  • Digg
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS
  • Print

1 reactie op “ROC van Amsterdam brengt bezoek aan Netwerkschool Nijmegen

  1. Pingback: ROC van Amsterdam brengt bezoek aan Netwerkschool ROC Nijmegen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>